De eerste 100 dagen in een nieuwe baan: hoe je een sterke start maakt

Veel nieuwe medewerkers starten deze maand. Zo pak je de eerste honderd dagen in je nieuwe baan aan: proeftijd, verwachtingen en het eerste beoordelingsgesprek.

De eerste 100 dagen in een nieuwe baan: hoe je een sterke start maakt

De eerste ochtend, en dan meteen die stilte in je agenda

Je nieuwe badge werkt, je account staat klaar, en om tien uur zit je al met een leeg scherm en een kop koffie die je nog niet durft te drinken op een plek die niet de jouwe is. Herkenbaar? Bijna iedereen die deze maand aan een nieuwe baan begint, maakt dezelfde eerste dag mee: een rondleiding, een stapel wachtwoorden, en dan een gat in de agenda waar niemand op tijd aan heeft gedacht. September is dit jaar een drukke instroommaand — na de wervingspiek van eind augustus starten veel nieuwe medewerkers precies nu, en HR-afdelingen die deze golf tegelijk moeten inwerken, laten die eerste dag weleens rommeliger verlopen dan de vacaturetekst beloofde, simpelweg omdat er vóór jouw start nog vijf andere nieuwe collega's op hun beurt wachtten. Dat zegt niets over jouw geschiktheid voor de functie. Het zegt vooral iets over hoeveel onboarding er in de meeste organisaties nog op de automatische piloot draait.

Wat je in de eerste honderd dagen doet, weegt zwaarder voor je verdere carrière dan wat er op je cv stond toen je werd aangenomen. Een leidinggevende die twijfelt tussen twee interne kandidaten voor een volgend project, denkt niet terug aan je sollicitatiegesprek — die denkt terug aan hoe je je in de eerste weken gedroeg toen niemand meer naar je keek. Dit artikel loopt door de fases heen waarin die indruk zich vormt: de eerste week, de proeftijd, de relaties die je opbouwt, en het eerste formele beoordelingsmoment dat bij de meeste werkgevers ergens tussen de acht en twaalf weken plaatsvindt.

Week één: observeren voordat je gaat sturen

De verleiding om meteen te laten zien wat je kunt, is groot — zeker als je van een functie komt waarin je al jaren de expert was. Toch is de eerste week het moment waarop je het minste hoort te zeggen en het meeste hoort te vragen. Wie in de eerste vergadering al met een verbetervoorstel komt voor een proces dat het team al drie jaar draait, wekt zelden bewondering; vaker wekt het de indruk dat je de context niet kent. Beter is om die observatie te noteren, de vraag te stellen waarom het proces zo is ingericht, en pas na een paar weken — als je het hele plaatje kent — met goed onderbouwde ideeën te komen. Bewaar die ideeën gerust, ook als je ze de eerste week nog niet kwijt kunt: een idee dat na drie weken nog steeds klopt, komt je carrière verder dan een idee dat je in paniek op dag twee al hardop uitte.

Plan in je eerste week minstens vijf korte kennismakingsgesprekken van een kwartier met collega's buiten je directe team, ook als niemand je dat expliciet vraagt. Vraag hun niet alleen wat ze doen, maar ook waar ze in het verleden tegenaan liepen met vergelijkbare rollen als die van jou. Die informatie krijg je in een officiële inwerkperiode zelden gratis aangereikt, terwijl het precies de kennis is die je later een half jaar aan trial-and-error bespaart — collega's die er al langer zitten, herinneren zich meestal nog precies welke ideeën eerder zijn geprobeerd en zijn mislukt. Noteer ook wie de informele beslissers zijn — niet per se degene met de hoogste plek in de hiërarchie, maar degene naar wie collega's toch even lopen voordat ze iets goedkeuren.

De proeftijd: wat de wet wel en niet toestaat

Volgens de Nederlandse arbeidswetgeving geldt voor een contract van meer dan zes maanden een proeftijd van maximaal één maand, en bij een contract van een jaar of langer, of voor onbepaalde tijd, maximaal twee maanden — dat staat vast in het Burgerlijk Wetboek en kan niet door een individuele arbeidsovereenkomst worden opgerekt, ook niet als de werkgever dat in de kleine lettertjes probeert. Beide partijen kunnen de arbeidsovereenkomst in die periode zonder opgaaf van reden en zonder opzegtermijn beëindigen, wat voor jou als werknemer ook een kans is: merk je binnen die weken dat de functie totaal niet is wat er in de vacaturetekst stond, dan hoef je niet uit loyaliteit vol te houden tot een jaarcontract erop zit.

Check bij twijfel altijd je eigen CAO, want sommige sectoren — denk aan de horeca en de uitzendbranche — kennen afwijkende regels rond opeenvolgende proeftijden bij tijdelijke contracten.

Verwachtingen managen met je leidinggevende

De meeste conflicten in een eerste half jaar ontstaan niet doordat iemand slecht werk levert, maar doordat de verwachtingen nooit hardop zijn uitgesproken. Plan daarom binnen de eerste twee weken een gesprek waarin je expliciet vraagt: wat moet er over drie maanden zichtbaar beter zijn omdat ik hier werk? Een leidinggevende die dat niet scherp kan beantwoorden, geeft je meteen waardevolle informatie over hoe de rol daadwerkelijk is ingericht — vaak losser en vager dan de functieomschrijving deed vermoeden. Vraag in datzelfde gesprek ook naar de financiële en secundaire voorwaarden die pas ná de proeftijd ingaan, zoals een reiskostenvergoeding of een opleidingsbudget, zodat je daar niet pas na maanden achter komt.

Zorg dat je vóór het einde van je proeftijd zwart op wit hebt wat "goed genoeg" betekent voor deze rol, in plaats van dat te laten hangen als een vaag gevoel. Vraag ook naar de vorm en het ritme van feedback. Sommige leidinggevenden geven die alleen tijdens het formele beoordelingsgesprek na drie maanden, terwijl anderen een wekelijks kwartiertje inplannen. Wacht niet af welk type je leidinggevende blijkt te zijn — vraag er zelf naar en stel voor om, als het niet vanzelf gebeurt, elke twee weken kort af te stemmen. Een korte, informele check-in van tien minuten voorkomt dat kleine irritaties drie maanden lang onbesproken blijven en dan ineens allemaal tegelijk op tafel komen bij het eerste officiële gesprek. Dat geldt ook binnen een strakke hiërarchie: zelfs een leidinggevende die formeel weinig ruimte laat voor tussentijdse feedback, waardeert doorgaans een medewerker die zelf om een reëel beeld vraagt in plaats van drie maanden lang te gissen.

Relaties opbouwen zonder dat het geforceerd voelt

Netwerken binnen een nieuwe organisatie hoeft niet te betekenen dat je met iedereen apart moet lunchen — dat werkt averechts en kost bovendien tijd die je ook aan je feitelijke werk moet besteden. Effectiever is om aan te sluiten bij bestaande gewoontes: als een team elke vrijdag samen koffie haalt, sluit je daarbij aan; als er een sportclubje of een interne Slack-groep bestaat rond een gedeelde interesse, meld je je daar simpelweg voor aan. Dat soort informele momenten bouwen sneller vertrouwen op dan een geplande een-op-eenafspraak, precies omdat niemand het gevoel heeft dat het moet.

  • Onthoud de namen en rollen van de mensen met wie je in de eerste week samenwerkt — een simpel notitieblaadje met wie wat doet, werkt beter dan vertrouwen op je geheugen
  • Bied in je eerste maand actief hulp aan bij iets kleins, ook buiten je eigen takenpakket, zonder dat je meteen indruk probeert te maken of er zelf beter van wilt worden
  • Zoek uit wie in je team informeel het aanspreekpunt is voor praktische vragen — die persoon is niet altijd degene op het organogram
  • En bewaar wat scepsis: niet elk collegiaal gebaar in de eerste weken is oprecht bedoeld — vorm je eigen, reëel onderbouwde beeld pas na een paar maanden

Veelgemaakte fouten in de eerste maanden

De grootste valkuil is niet te hard werken, maar te hard willen bewijzen. Nieuwe medewerkers die in de eerste weken avond na avond doorwerken om indruk te maken, zetten daarmee onbedoeld ook de norm voor zichzelf op de lange termijn — collega's en leidinggevenden gaan die intensiteit als de standaard beschouwen, en het is veel lastiger om na drie maanden weer terug te schakelen naar een reëel, houdbaar tempo dan om daar vanaf het begin voor te kiezen.

Een tweede valkuil is te snel meningen delen over de vorige werkgever, vooral in negatieve zin. Zinnen als "bij mijn vorige baan deden we dat altijd anders" landen zelden goed, ook als de inhoud klopt — ze worden vaker gehoord als kritiek dan als constructieve input, precies omdat de context nog ontbreekt. Bewaar die vergelijkingen liever voor een moment waarop je al het vertrouwen hebt opgebouwd om ze constructief te brengen, of formuleer ze als vraag in plaats van als stelling: "hebben jullie weleens overwogen om het zo aan te pakken?" werkt beter dan een vergelijking met een organisatie die niemand in de kamer kent — ook al voelde die vorige aanpak voor jou heel logisch en vanzelfsprekend.

Een derde, minder besproken fout: te lang wachten met het stellen van een vraag waarvan je vermoedt dat die dom klinkt. In de praktijk is de vraag die je in week twee niet durfde te stellen, precies dezelfde vraag die drie collega's zich ook afvragen maar nooit hardop uitspreken. Wie die vraag toch stelt, wordt zelden gezien als incompetent — vaker als degene die de olifant in de kamer benoemt.

Het eerste beoordelingsmoment

Bij de meeste Nederlandse werkgevers vindt ergens tussen week acht en week twaalf een eerste, vaak informeel functioneringsgesprek plaats, los van de formele beoordelingscyclus die daarna doorgaans jaarlijks of halfjaarlijks doorloopt. Kom daar niet blanco binnen. Houd vanaf je eerste werkdag een kort logboekje bij — een paar regels per week volstaat — met concrete resultaten, afgeronde taken en momenten waarop je feedback kreeg en daar iets mee deed. Een leidinggevende die tientallen medewerkers aanstuurt, herinnert zich onmogelijk elk detail van jouw eerste twee maanden, en een goed voorbereid overzicht helpt het gesprek net zo veel als het jouw eigen zaak dient — zonder dat overzicht wordt je functioneren vooral geëvalueerd op de laatste twee weken, niet op de volle honderd dagen.

Vraag in dat gesprek expliciet of je op koers ligt voor het einde van de proeftijd, ook als je zelf geen signalen van onvrede hebt opgemerkt — een eerlijk, reëel antwoord is op dat moment veel waardevoller dan een geruststellende vaagheid. Sommige leidinggevenden zijn terughoudend met het geven van ongevraagde kritiek in de eerste maanden, uit angst iemand te vroeg te ontmoedigen — waardoor je pas in maand vijf hoort dat er al vanaf maand twee twijfels waren. Die twijfel had je dan veel eerder kunnen wegnemen.

Wat je deze week al kunt doen

Begin vandaag nog met je logboekje, ook als je pas net bent begonnen — de eerste indrukken zijn achteraf de moeilijkste om te reconstrueren. Plan daarna, als dat nog niet vanzelf gebeurt, zelf een kort gesprek in met je leidinggevende over de verwachtingen voor de komende drie maanden, en zoek deze week nog uit wanneer je proeftijd precies afloopt. Schrijf ook je eigen ideeën voor de langere termijn kort op, zodat je ze straks bij het eerste officiële gesprek paraat hebt. De collega's die je nu leert kennen, vormen bovendien het netwerk waarop je de rest van je carrière bij deze werkgever terugvalt — investeer daar bewust in, ook als de deadlines van je eerste project daar geen ruimte voor lijken te laten.