Veel succesvolle mensen lopen rond met een hardnekkig gevoel: 'Straks komen ze erachter dat ik het eigenlijk niet kan.' Dat is het imposter-syndroom, het idee dat je succes op geluk berust en dat je elk moment door de mand kunt vallen. Het komt vaker voor dan je denkt, juist bij capabele mensen.
Herken het patroon
Het imposter-gevoel uit zich op herkenbare manieren. Je schrijft successen toe aan toeval of timing, maar fouten reken je jezelf volledig aan. Complimenten wuif je weg. En je werkt vaak harder dan nodig om te bewijzen dat je 'er echt bij hoort'. Door dit patroon te herkennen, neem je er alvast wat afstand van.
Toets je gedachten aan de feiten
- Schrijf op wat je het afgelopen jaar bereikte; feiten wegen zwaarder dan een gevoel.
- Vraag jezelf af of je een collega met dezelfde prestaties ook een bedrieger zou noemen.
- Bedenk dat niemand alles weet; vragen stellen is normaal, geen bewijs van onkunde.
Praat erover
Het imposter-gevoel gedijt in stilte. Zodra je het deelt met een collega of leidinggevende, blijkt vaak dat zij precies hetzelfde voelen. Dat besef alleen al maakt het lichter, en het haalt de mythe onderuit dat iedereen behalve jij vol zelfvertrouwen rondloopt.
Accepteer dat twijfel erbij hoort
Een beetje onzekerheid is niet je vijand; het houdt je scherp en leergierig. Het doel is niet om de twijfel volledig uit te bannen, maar om je er niet door te laten tegenhouden. Doe het werk waar je tegen opziet, juist als de twijfel fluistert dat je het niet kunt. Zelfvertrouwen komt vaak pas na de actie, niet ervoor.