Iedereen heeft weleens een slechte werkweek. Het verschil tussen tijdelijke onvrede en een echt signaal om te vertrekken is niet altijd duidelijk. Voordat je opzegt of juist blijft, loont het om eerlijk naar je situatie te kijken.
Onderscheid een dip van een patroon
Een drukke periode, een vervelend project of een conflict gaat meestal over. Let op patronen die maandenlang aanhouden: je leert niets nieuws meer, je dreigt elke zondagavond op, of je herkent jezelf niet meer in waar het bedrijf naartoe gaat. Dat soort signalen verdwijnt zelden vanzelf.
Stel jezelf de juiste vragen
- Groei ik hier nog, of sta ik al een jaar stil?
- Ligt het aan de baan, aan mijn manager, of aan iets in mezelf?
- Zou een gesprek met mijn leidinggevende iets kunnen veranderen?
- Wat houdt me hier eigenlijk: de inhoud, de mensen, of vooral de zekerheid?
Vlucht niet, maar loop ergens naartoe
Weglopen van iets vervelends voelt verleidelijk, maar je neemt jezelf altijd mee. Vraag je daarom af waar je juist naartoe wilt. Een nieuwe baan die alleen 'niet de oude' is, levert vaak na een half jaar dezelfde onvrede op.
Bereid je vertrek rustig voor
Besluit je te gaan, doe het dan netjes. Solliciteer zo mogelijk vanuit je huidige baan, houd je netwerk warm en vertrek zonder bruggen op te blazen; de wereld is kleiner dan je denkt. Een weloverwogen overstap brengt je verder dan een impulsief vertrek na één rotweek.