Zelfstandigenaftrek 2026: de aftrek daalt verder, check nu je voorlopige aanslag

De zelfstandigenaftrek zakt dit jaar naar €1.200, en veel voorlopige aanslagen houden daar nog geen rekening mee. Zo controleer je nu, in augustus, of jouw aanslag nog klopt.

Zelfstandigenaftrek 2026: de aftrek daalt verder, check nu je voorlopige aanslag

Ergens in de tweede helft van augustus checkt een flink deel van de Nederlandse zzp'ers voor het eerst sinds de jaaropgave van april hun voorlopige aanslag weer serieus — meestal omdat de kwartaalcijfers binnenkomen en het verschil tussen wat er wordt gereserveerd en wat er straks daadwerkelijk aan de Belastingdienst wordt overgemaakt ineens niet meer klopt. Dat gat is dit jaar groter dan de meeste zelfstandigen verwachten, en de reden zit niet in een nieuwe belastingmaatregel waar je nog nooit van hebt gehoord. Het zit in een aftrekpost die al sinds 2020 elk jaar een stukje kleiner wordt: de zelfstandigenaftrek.

Wie in 2020 nog een aftrek van €7.280 op de winst mocht toepassen, komt dit jaar uit op €1.200 — een daling van meer dan 80 procent in zes belastingjaren, en in 2027 zakt het bedrag nog verder naar €900. Voor een zzp'er met een modale winst van €45.000 betekent die afbouw alleen al ten opzichte van vorig jaar een paar honderd euro meer belasting, simpelweg omdat er minder van de winst wordt afgetrokken voordat de Belastingdienst gaat rekenen. Wie zijn voorlopige aanslag nog op de aannames van 2023 of 2024 heeft laten staan, betaalt dus structureel te weinig voor — en dat verschil moet ergens vandaan komen bij de definitieve aanslag volgend voorjaar.

Waarom de aftrek dit jaar opnieuw kleiner is

De zelfstandigenaftrek bestaat al decennia als compensatie voor het feit dat zzp'ers, in tegenstelling tot werknemers, zelf hun pensioen, arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim moeten regelen zonder de zekerheden van een arbeidscontract. Tot 2019 stond het bedrag jarenlang vast op ongeveer €7.280, en met het Belastingplan 2020 kondigde het kabinet de eerste afbouw aan, met als argument dat het verschil in belastingdruk tussen werknemers en zelfstandigen te groot was geworden. Wat begon als een geleidelijke daling van €250 per jaar naar €5.000 in 2028, werd in het Belastingplan 2023 versneld: het kabinet besloot sneller af te bouwen naar €900 in 2027, drie jaar eerder dan oorspronkelijk gepland. Sindsdien daalt het bedrag met sprongen van soms meer dan €1.000 per jaar — van €5.030 in 2023, naar €3.750 in 2024, naar €2.470 in 2025, en dit jaar dus €1.200. Voor zzp'ers die hun tarieven en reserveringen nog baseren op cijfers van een paar jaar geleden, is dat een onaangename verrassing die pas zichtbaar wordt bij de jaarafrekening. En het is geen kwestie van pech of een verkeerde aanname — het staat al jaren vast in de wet, alleen het tempo is tussentijds versneld.

De pijn zit niet alleen in het bedrag zelf

Wat de afbouw extra vervelend maakt, is dat de zelfstandigenaftrek sinds 2020 nog maar tegen het laagste tarief van box 1 mag worden verrekend, terwijl dat voorheen tegen het toptarief kon — een aparte maatregel, los van de hoogte van het bedrag zelf. Voor zelfstandigen met winst boven de eerste belastingschijf betekent dit dat elke euro aftrek nu minder belasting bespaart dan vroeger, wat de twee maatregelen samen tot een dubbele klap maakt. Het is dit soort opeenstapeling van kleine regelwijzigingen die het voor een individuele zzp'er lastig maakt om precies te volgen wat er nog overblijft.

Wat dit concreet kost op je aanslag

Reken het voor jezelf even door in plaats van op een gemiddelde te vertrouwen — dat geeft een reëler beeld van je eigen financiën dan een landelijk cijfer ooit kan. Stel je hebt een winst uit onderneming van €50.000 en voldeed vorig jaar nog aan het urencriterium van 1.225 uur, dan trok je in 2025 €2.470 af — dit jaar is dat nog maar €1.200, een verschil van €1.270 minder aftrek. Bij een marginaal tarief van 37,48 procent in de eerste schijf van box 1 loopt dat uit op ongeveer €476 extra belasting ten opzichte van vorig jaar, puur door de afbouw en zonder dat je omzet of uitgaven zijn veranderd. Dat bedrag komt bovenop een eventuele stijging van je winst zelf, en het is precies het soort verschil dat een voorlopige aanslag die nog op de instellingen van vorig jaar staat, volledig mist.

Vierhonderdzesenzeventig euro klinkt misschien niet dramatisch — tot je beseft dat het elk jaar opnieuw gebeurt, met een groeiend bedrag, tot 2027.

Augustus is het moment om je voorlopige aanslag te checken

Veel zzp'ers wachten tot de jaarwisseling om hun voorlopige aanslag aan te passen, of erger nog, laten het pas in maart gebeuren wanneer de aangifte inkomstenbelasting toch al op de planning staat. Dat is precies de verkeerde volgorde, want een voorlopige aanslag die je nu, halverwege het jaar, bijstelt voorkomt dat je in één keer een fors bedrag aan belastingrente moet bijbetalen bij de definitieve aanslag. De Belastingdienst rekent belastingrente vanaf 1 juli van het jaar volgend op het belastingjaar, en dat tarief voor de inkomstenbelasting ligt momenteel op 7,5 procent — een niveau dat geen enkele reguliere Nederlandse spaarrekening op dit moment evenaart. Wacht je dus tot de aangifte van volgend voorjaar met het aanpassen van je voorlopige aanslag, dan loopt de rente op het te weinig betaalde bedrag al maanden mee, terwijl je dat met een paar simpele stappen nu al kunt voorkomen. Augustus leent zich daar bovendien beter voor dan december, simpelweg omdat je op dit punt in het jaar al twee derde van je omzet en kosten kent en dus een stuk minder hoeft te schatten dan bij een aanpassing in januari. Wie de eerste zeven maanden overzichtelijk in de boekhouding heeft staan, kan de resterende maanden vrij nauwkeurig doortrekken, en dat is precies het soort onderbouwde schatting waar de Belastingdienst om vraagt bij een wijziging.

Zo pas je 'm aan via Mijn Belastingdienst

Het aanpassen zelf is minder werk dan de meeste zelfstandigen denken, en het hoeft niet via een boekhouder te lopen als je cijfers redelijk overzichtelijk zijn.

  • Log in op Mijn Belastingdienst Zakelijk en zoek de optie 'Voorlopige aanslag wijzigen' onder het kopje inkomstenbelasting.
  • Vul je verwachte winst over heel 2026 in, inclusief de gecorrigeerde zelfstandigenaftrek van €1.200 in plaats van het bedrag van vorig jaar.
  • De MKB-winstvrijstelling reken je niet apart uit — het systeem past die automatisch toe zodra je de winst na aftrek invult.
  • Bewaar de bevestiging, want bij een controle achteraf moet je kunnen aantonen op basis van welke schatting je de aanslag hebt aangepast, en dat is niet in elk geval verplicht maar wel verstandig.

MKB-winstvrijstelling en startersaftrek: de andere knoppen die je kunt draaien

De zelfstandigenaftrek staat niet op zichzelf. Vlak nadat je 'm van de winst hebt afgetrokken, past de Belastingdienst automatisch de MKB-winstvrijstelling toe, die sinds 2024 op 12,7 procent van de resterende winst ligt. Voor een zzp'er die net onder de eerste belastingschijf blijft, verzacht die vrijstelling een deel van de klap van de dalende zelfstandigenaftrek, al blijft het per saldo een verlies ten opzichte van de situatie van een paar jaar terug. Ben je in het eerste, tweede of derde jaar van je onderneming actief én voldoe je aan het urencriterium, dan mag je daarnaast de startersaftrek van €2.123 toepassen, bovenop de gewone zelfstandigenaftrek — een regeling die tot nu toe niet is afgebouwd en dus voorlopig op hetzelfde bedrag blijft staan.

Beter is om deze startersaftrek expliciet te checken als je pas sinds 2024 of 2025 bent gestart, want de KVK-inschrijvingsdatum bepaalt hoeveel jaar je er nog gebruik van kunt maken, en niet elke boekhoudsoftware vult 'm automatisch in. Er is wel een addertje: de startersaftrek mag je maximaal drie keer toepassen binnen een periode van vijf jaar, dus wie een jaar oversloeg door ziekte of een tussentijdse baan in loondienst, heeft misschien minder keren over dan gedacht. Dat soort details staan zelden expliciet in de standaardmail die je boekhoudpakket rond deze tijd van het jaar stuurt, en dus is het de moeite waard om je eigen dossier er even op na te slaan in plaats van op de software te vertrouwen.

Wat je nu zelf kunt doen

  • Zet je winstprognose voor heel 2026 op papier, inclusief de laatste maanden die nog moeten komen.
  • Pas de voorlopige aanslag aan via Mijn Belastingdienst Zakelijk zodra die prognose staat.
  • Check of je nog aan het urencriterium van 1.225 uur komt — bij twijfel, houd vanaf nu een simpele urenregistratie bij, want achteraf reconstrueren is lastiger dan het klinkt.
  • Vraag bij twijfel over de exacte cijfers een boekhouder of de Belastingtelefoon (0800-0543) om een check, en reken niet blind op een online rekentool.

Volgend jaar daalt de aftrek opnieuw

2027 is het laatste jaar van de versnelde afbouw, met €900 als eindbedrag waar de zelfstandigenaftrek daarna blijft staan — voor zover nu bekend zijn er geen verdere dalingen gepland. Dat is een schrale troost voor wie dit jaar voor het eerst een aanslag krijgt die niet meer aansluit bij de reserveringen van een paar jaar terug, maar het betekent wel dat de onzekerheid over "hoeveel trek ik dit jaar eigenlijk af" na 2027 verdwijnt. Vermijd de reflex om de voorlopige aanslag als een vast bedrag te zien dat je gewoon kunt laten staan — met een aftrekpost die nog twee keer daalt, is dat precies de aanname die je portemonnee in april 2027 gaat raken.