Thuiswerkvergoeding en reiskostenvergoeding in 2026: wat mag je als werknemer echt claimen

De onbelaste thuiswerk- en reiskostenvergoeding zijn in 2026 allebei omhooggegaan, maar niet automatisch en niet tegelijk. Zo reken je uit wat jij mag claimen.

Thuiswerkvergoeding en reiskostenvergoeding in 2026: wat mag je als werknemer echt claimen

Je collega rijdt drie dagen per week naar kantoor en krijgt daarvoor keurig vijfentwintig cent per kilometer. Jij werkt diezelfde drie dagen vanuit je zolderkamer en vraagt je af of er voor jou eigenlijk wél iets geregeld is. Het antwoord is ja — en sinds dit jaar is dat bedrag ook nog eens hoger dan in 2025, al weten de meeste werknemers niet precies hoeveel, onder welke voorwaarden en waarom de twee vergoedingen elkaar juist uitsluiten in plaats van optellen.

Wat er in 2026 daadwerkelijk is veranderd

Het kabinet heeft de maximale onbelaste reiskostenvergoeding voor 2026 verhoogd van 0,23 naar 0,25 euro per kilometer, met terugwerkende kracht tot 1 januari. De maatregel maakt deel uit van een pakket van ruim 600 miljoen euro om de koopkracht te ondersteunen na de onrust rond de olieprijzen in het Midden-Oosten — een brandstofprijsstijging die woon-werkverkeer merkbaar duurder maakte. Werkgevers die dit jaar al 0,23 euro per kilometer uitkeerden, mogen het verschil van twee cent alsnog onbelast nabetalen bij de eerstvolgende loonbetaling. Verplicht is dat overigens niet: de verhoging is een financiële ruimte die de fiscus toestaat, geen wettelijke plicht, en of je werkgever hem daadwerkelijk toepast, hangt af van wat in je arbeidsovereenkomst of cao staat.

Voor zelfstandigen werkt het net iets anders. Zzp'ers en resultaatgenieters mogen zakelijke kilometers vanaf 1 januari 2026 aftrekken tegen 0,25 euro in plaats van 0,23 euro per kilometer in de inkomstenbelasting — geen onbelaste vergoeding via een loonstrook, maar een hogere fiscale aftrekpost. Twee regelingen, twee routes, hetzelfde bedrag: dat verwart genoeg mensen dat het de moeite waard is om het gewoon een keer helder naast elkaar te zetten.

De thuiswerkvergoeding: 2,45 euro per dag, geen cent meer onbelast

Naast de reiskostenvergoeding bestaat sinds 2022 een aparte gerichte vrijstelling voor thuiswerken binnen de werkkostenregeling. Dat bedrag stijgt elk jaar mee met de tabelcorrectiefactor: 2 euro in 2022, 2,15 euro in 2023, 2,35 euro in 2024, 2,40 euro in 2025 en nu 2,45 euro per dag in 2026. Een werkgever mag meer geven, maar over het deel boven dat bedrag betaal je gewoon loonheffing, alsof het salaris is. Bij een standaard drie-dagen-thuiswerkpatroon loopt de onbelaste ruimte op tot ongeveer 32 euro per maand — geen vetpot, maar wel geld dat automatisch op tafel ligt zodra je werkgever de regeling toepast.

Voor wie structureel vanuit huis werkt, bestaat er ook een vaste-vergoedingsvariant via de zogeheten 128/214-dagenregeling: als je op minstens 128 dagen per jaar thuiswerkt, mag je werkgever je het hele jaar door een vast bedrag uitkeren alsof je 214 dagen thuiswerkt, tot een maximum van 8,78 euro per maand onbelast. Dat scheelt administratie voor beide partijen, want niemand hoeft dan nog exact bij te houden op welke dag je precies achter je eigen bureau zat.

De combinatieregel: waarom je niet allebei krijgt op dezelfde dag

Kiezen dus.

Beide vergoedingen zijn gerichte vrijstellingen binnen dezelfde werkkostenregeling, en de Belastingdienst staat niet toe dat je ze voor één en dezelfde dag combineert. Werk je maandag thuis, dan krijg je de thuiswerkvergoeding voor die dag; reis je dinsdag naar kantoor, dan geldt de reiskostenvergoeding voor dinsdag. Dat klinkt logisch, totdat je met een collega praat die halve dagen thuis en halve dagen op kantoor werkt — voor zo'n gebroken dag telt vaak alleen het gedeelte waar het grootste deel van de werktijd zat, en daar verschillen werkgevers onderling flink in hun uitleg. Vraag daarom altijd naar het interne beleid van jouw werkgever specifiek voor gebroken werkdagen, want de wet laat op dat punt ruimte voor interpretatie.

Wat je werkgever wel moet vergoeden — en wat niet

Verplicht is bijna niets. Vrijwillig is bijna alles.

Er bestaat geen wettelijk recht op een thuiswerkvergoeding in Nederland. De regeling in de werkkostenregeling is een fiscale mogelijkheid voor de werkgever, geen verplichting richting de werknemer — tenzij je cao of arbeidsovereenkomst het expliciet vastlegt. De initiatiefwet Werken Waar je Wilt, die werknemers een sterker recht moest geven om zelf te kiezen tussen thuis en kantoor, is destijds gesneuveld in de Eerste Kamer. Het gevolg: hybride werken blijft in de praktijk onderhandelbaar, niet afdwingbaar, ook in 2026. Wat wél verplicht is, valt onder de Arbeidsomstandighedenwet: je werkgever moet zorgen voor een veilige, ergonomisch verantwoorde thuiswerkplek, inclusief een fatsoenlijke stoel en voldoende beeldschermruimte, en die verplichting staat volledig los van de fiscale vergoedingsregeling.

Reiskosten voor incidentele kantoorbezoeken van een overwegend thuiswerkende medewerker vallen weer onder een andere regel dan het reguliere woon-werkverkeer, en internetkosten of een deel van de energierekening zijn nergens verplicht te vergoeden — die zitten fiscaal al verrekend in het bedrag van 2,45 euro per dag. Een tweede beeldscherm, een bureaustoel of een laptop vallen buiten die dagvergoeding en kunnen apart, onbelast, als noodzakelijke werkmiddelen worden verstrekt. Niet nodig is dus een aparte discussie over je energierekening; wél de moeite waard is een gesprek over apparatuur die je al maanden mist.

Rekenvoorbeeld: wat levert dit je per maand op

Neem een medewerker die twee dagen per week thuiswerkt en drie dagen naar kantoor reist, twintig kilometer enkele reis. Bij 2,45 euro per thuiswerkdag en gemiddeld ruim vier weken per maand komt dat neer op zo'n 21 euro onbelast voor de thuiswerkdagen. Voor de reisdagen geldt: veertig kilometer heen-en-terug, drie keer per week, tegen 0,25 euro per kilometer, en dat levert circa 130 euro per maand op — tegenover ruim 115 euro tegen het oude tarief van 0,23 euro. Samen loopt de onbelaste vergoeding dus op tot ongeveer 150 euro per maand, een bedrag dat voor veel werknemers nooit expliciet is uitgerekend omdat het in stukjes op de loonstrook verdwijnt. Wie zelf nooit heeft nagerekend wat de eigen reis- en thuiswerkpatronen opleveren, mist vaak precies het verschil tussen het oude en het nieuwe tarief — en dat verschil is, bij een gemiddelde forens, geen rond bedrag om zomaar te laten liggen.

Let wel: dit rekenvoorbeeld gaat uit van een werkgever die de fiscale maxima ook daadwerkelijk uitkeert. Sommige bedrijven hanteren een lager, vast bedrag per kilometer of per thuiswerkdag, simpelweg omdat de arbeidsvoorwaarden dat al jaren zo vastleggen en niemand het onderwerp recent heeft heropend. Daar zit het eigenlijke verschil tussen een werknemer die het maximale ontvangt en een werknemer die genoegen neemt met wat er ooit, jaren geleden, is afgesproken.

Hoe je dit concreet bespreekt met je werkgever

Ga het gesprek nooit in met een vaag gevoel dat "het wel meer zou mogen zijn" — dat is het cliché waarmee de meeste van deze gesprekken bij voorbaat verzanden. Beter is: vraag concreet naar het bedrag per thuiswerkdag en het bedrag per gereisde kilometer, niet naar "een vergoeding" in algemene termen — HR-afdelingen reageren sneller op een specifiek verzoek dan op een gevoel van onrecht. Zet het ook niet te dramatisch in scène: een rustig overzicht van drie cijfers overtuigt beter dan een emotioneel betoog. Vermijd bovendien een welles-nietesdiscussie over het geldende bedrag door zelf de Nieuwsbrief Loonheffingen 2026 van de Belastingdienst als bron te noemen; dat argument wint vrijwel elk gesprek, want de cijfers staan zwart-op-wit vast.

  • Check eerst je arbeidsovereenkomst en de toepasselijke cao op een expliciete clausule over thuiswerk- of reiskostenvergoeding, want zonder die clausule staat er simpelweg niets vast.
  • Vraag je HR-contactpersoon rechtstreeks of het interne beleid al is bijgewerkt naar de bedragen van 2026 — veel bedrijven lopen hier een paar maanden op achter.
  • Reken je eigen hybride werkweek door: bij twee thuiswerkdagen en drie reisdagen van twintig kilometer enkele reis loop je al snel tegen een verschil van enkele tientjes per maand aan, en dat bedrag overtuigt beter dan een algemene klacht.
  • Leg je thuiswerkdagen vast in je agenda of urenregistratie, want de bewijslast ligt in de praktijk vaak bij jou, niet bij je werkgever.

Een collega die tevreden is met wat er al geregeld staat, hoeft dit gesprek natuurlijk niet te voeren. Maar wie de laatste keer dat de bedragen zijn nagekeken niet meer kan herinneren, zit vermoedelijk nog op het tarief van twee of drie jaar geleden — en dat is precies het soort verschil dat zich, onopgemerkt, jaar na jaar opstapelt op je loonstrook.