De eerste 90 dagen in een nieuwe baan: zo bouw je een sterke start

De eerste negentig dagen bepalen vaak hoe collega's je de rest van het jaar zien. Zo pak je die periode fase voor fase slim aan.

De eerste 90 dagen in een nieuwe baan: zo bouw je een sterke start

Op je eerste maandagochtend krijg je een laptop, een pasje en een agenda vol kennismakingsgesprekken waarvan je de helft van de namen alweer bent vergeten voordat de lunch begint. Precies dat moment — vol goede wil, weinig context — bepaalt in veel gevallen hoe collega's je de rest van het jaar zien. Recruiters in Nederland zien al jaren hetzelfde patroon terugkomen: wie zich in de eerste drie maanden niet thuis voelt, vertrekt vaak binnen het eerste jaar weer, en dat is een vervelende knik in een verder solide carrière. Dat is zonde van de tijd die je in de sollicitatie hebt gestoken, en het is ook te voorkomen.

Waarom de eerste weken zwaarder wegen dan je cv

Een nieuwe werkgever heeft je cv al gelezen, je referenties gecheckt en een aanbod gedaan — op papier ben je dus al bewezen geschikt. Toch draait alles in de praktijk om iets anders: hoe snel bouw je vertrouwen op bij mensen die je nog niet kennen? Leidinggevenden vormen hun beeld van een nieuwe collega grotendeels in de eerste zes tot acht weken, en dat beeld is lastig bij te stellen zodra het eenmaal vastligt. Daarom is de proeftijd, formeel meestal één tot twee maanden volgens de cao, in de praktijk een periode die veel langer doorwerkt dan het contract suggereert. Volgens het Burgerlijk Wetboek mag de proeftijd bij een contract van zes maanden of langer maximaal twee maanden bedragen, en juist die korte, wettelijk begrensde periode maakt de eerste indruk zo zwaarwegend voor je verdere carrière binnen het bedrijf.

Beter is om de eerste negentig dagen te zien als drie fases van dertig dagen, elk met een ander doel. De eerste dertig dagen draaien om observeren en luisteren, niet om scoren. De tweede dertig dagen draaien om de eerste concrete bijdrages, klein maar zichtbaar. De laatste dertig dagen draaien om het claimen van een eigen rol binnen het team — niet door harder te roepen, maar door aantoonbaar iets op te lossen wat vóór jouw komst bleef liggen. Wie deze volgorde omdraait en meteen in fase drie begint, komt vaak over als een bemoeial die het bedrijf nog niet kent, en dat imago raak je in maand vier niet zomaar meer kwijt.

Luister eerst, praat later

Plan in je eerste week gesprekken met minstens vijf tot acht mensen: je leidinggevende, twee directe collega's, iemand van een aanpalende afdeling en, als dat kan, degene die de functie vóór jou vervulde of nu tijdelijk waarneemt. Vraag niet alleen naar taken, maar naar hoe beslissingen hier eigenlijk genomen worden. Wie moet je meenemen voordat je iets naar een klant stuurt? Welke vergadering lijkt onbelangrijk maar is in de praktijk waar alles wordt beslist? Dat soort vragen levert meer op dan een functieomschrijving ooit doet.

  • Noteer na elk gesprek drie dingen: wat deze persoon belangrijk vindt, waar hij of zij op afknapt, en één naam die vaker terugkwam dan verwacht.
  • Vraag expliciet naar een mislukt project uit het verleden — de manier waarop iemand daarover praat, zegt meer over de cultuur dan een succesverhaal.
  • Bewaar je aantekeningen ergens waar je ze na drie maanden nog kunt terugvinden, want patronen worden pas zichtbaar na tien of vijftien gesprekken, en soms nog later.

Slim is om in deze fase vooral vragen te stellen en zo min mogelijk meningen te geven over hoe het bij je vorige werkgever ging. Niemand zit te wachten op een nieuwe collega die in de derde week al roept dat het bij de vorige werkgever anders — lees: beter — georganiseerd was.

Kleine, zichtbare quick wins kiezen

Een quick win in je eerste maand hoeft geen strategisch project te zijn. Denk aan een verouderde handleiding die je bijwerkt, een terugkerende fout in een spreadsheet die je oplost, of een klant die al weken op antwoord wacht en die je binnen een dag te woord staat. Kies bewust iets kleins met een duidelijk zichtbaar resultaat, in plaats van meteen aan het grote proces te sleutelen dat al jaren scheef loopt.

Dat grote proces mag best op je lijst staan — je moet het alleen niet in maand één aanpakken. Een collega die al drie jaar in dezelfde rol zit, heeft waarschijnlijk al tien keer geprobeerd dat proces te veranderen en is telkens vastgelopen op een reden die jij nog niet kent. Begin je daar meteen aan, dan loop je het risico dat je energie verspilt aan een gevecht dat niet van jou is, en dat je bovendien mensen tegen je in het harnas jaagt die het probleem allang kennen maar om goede redenen hebben laten liggen. Vermijd die val, ook al voelt het in het begin traag.

Handig is om je eigen negentig-dagenplan ergens vast te leggen, in Trello, Asana of gewoon een notitieblok, met per fase twee of drie concrete doelen en een datum om ze te checken. Zo'n lijstje hoeft niet perfect te zijn en mag gerust halverwege worden bijgesteld zodra je meer over de organisatie weet — het gaat er vooral om dat je zelf een actief beeld houdt van je voortgang, in plaats van te wachten tot iemand anders die voor je samenvat.

Vraag in week twee of drie expliciet aan je leidinggevende: "Wat zou voor jou het bewijs zijn dat het aannemen van mij een goede beslissing was?" Deze ene vraag, hardop gesteld, levert vaak meer duidelijkheid op dan een heel functioneringsgesprek — en meteen ook een eerste, informele indicatie van je carrièreperspectief binnen het team.

De ongeschreven regels van de bedrijfscultuur lezen

Elke organisatie heeft een officiële cultuur — die in de bedrijfsvideo en op de wervingspagina staat — en een werkelijke cultuur, die je pas ziet als je meeloopt. Let in je eerste weken op simpele signalen: hoe laat vertrekt iedereen daadwerkelijk, wordt er 's avonds nog gereageerd op Teams-berichten, en hoe wordt er in vergaderingen omgegaan met tegenspraak? Wordt kritiek op een idee gezien als betrokkenheid, of als lastig doen? Een duidelijke hiërarchie hoeft daarbij geen probleem te zijn, zolang je maar snel genoeg leert bij wie je met welke vraag terechtkunt — in sommige organisaties is dat de teamleider, in andere juist de collega die er al tien jaar zit en informeel alles regelt.

Signalen die je serieus moet nemen

Vermijd de valkuil om je meteen volledig aan te passen aan wat je ziet, en vermijd tegelijk de valkuil om je eigen gewoontes koppig door te zetten zonder ooit te kijken wat hier al werkt.

De beste aanpak zit ertussenin: neem de gewoontes over die functioneel zijn — bijvoorbeeld hoe overlegmomenten hier worden voorbereid — en behoud je eigen stijl waar die een waarde toevoegt die nog niet aanwezig was, zoals een directere manier van feedback geven als dat hier ontbreekt. Let daarbij op deze drie signalen, want ze wegen zwaarder dan wat er in een introductiegesprek wordt gezegd:

  • Meerdere collega's die apart, buiten de officiële kanalen om, hetzelfde waarschuwen over een project of persoon.
  • Een leidinggevende die in functioneringsgesprekken vaag blijft over concrete doelen, ook als je er specifiek naar vraagt, of over de hiërarchische lijn eromheen.
  • Een team waar niemand ooit tegenspreekt in een vergadering, maar waar na afloop bij de koffieautomaat wél degelijk kritiek klinkt.

Verwachtingen expliciet maken met je leidinggevende

Veel misverstanden in de eerste maanden ontstaan niet doordat iemand slecht functioneert, maar doordat leidinggevende en nieuwe medewerker een ander beeld hebben van wat "goed" betekent in week acht. Plan daarom na twee weken een kort gesprek waarin je concreet vraagt: wat moet er over een maand af zijn, wat over drie maanden, en hoe wordt dat gemeten? Leg de afspraken zelf vast in een kort mailtje ter bevestiging — niet omdat je iemand wantrouwt, maar omdat mondelinge afspraken binnen een paar weken vaak anders herinnerd worden door beide partijen.

Beter is om zelf het initiatief te nemen voor dit gesprek dan te wachten tot de formele evaluatie na drie of zes maanden. Wachten kost je in het slechtste geval een kwartaal waarin je op basis van verkeerde aannames werkt, terwijl een gesprek van twintig minuten in week twee dat risico grotendeels wegneemt. Vraag in hetzelfde gesprek ook naar de financiën rond persoonlijke ontwikkeling: welk opleidingsbudget hoort standaard bij jouw functie, en moet je daar zelf actief om vragen of wordt dat automatisch aangeboden na de proeftijd? Veel werkgevers in Nederland reserveren een vast bedrag per medewerker per jaar, vaak tussen de vijfhonderd en tweeduizend euro, maar besteden dat bedrag alleen aan wie er zelf naar vraagt.

Wanneer het toch wringt

Soms blijkt na zes weken dat de functie op papier klopte, maar de dagelijkse praktijk toch niet aansluit bij wat je zocht. Dat is geen falen van jouw kant en ook niet per se van de werkgever — functies worden nu eenmaal geschreven vóórdat iemand ze daadwerkelijk vult, en de praktijk wijkt bijna altijd iets af van wat vóór je sollicitatiegesprek op papier stond. Het verschil zit in wat je ermee doet: negeren en hopen dat het went, of het onderwerp bespreekbaar maken vóórdat de proeftijd voorbij is en de opties beperkter worden. Een goed teken is als je leidinggevende openstaat voor het bijstellen van taken binnen de eerste maanden; een minder goed teken is als elk gesprek daarover wordt weggewuifd met "dat groeit vanzelf wel".

Vertrouw in dat laatste geval meer op wat je ziet gebeuren dan op wat er wordt beloofd, en bewaar voor jezelf een reëel beeld van wat er nog moet veranderen voordat je hier over een jaar nog met plezier aan je carrière werkt. Negen van de tien keer is dat beeld duidelijker dan je bij aanvang zou verwachten — je collega's laten het je namelijk zelf zien, lang voordat iemand het je met zoveel woorden vertelt.